Leedvermaakmagneet

Supporter zijn van een club, het heeft veel weg van een huwelijksverbintenis. Niet alleen de lusten maar ook de lasten. In goede en slechte tijden, dat werk. Voor mij is het niet weggelegd. In de 8 jaar (…) dat AZ in de eerste divisie huisde, meed ik de Alkmaarder Hout als de woning van een kennis die zijn vriendin mishandelt.

Ik herinner me één treurig moment waarop AZ wél op mijn steun kon rekenen. Het was op een zondagmiddag in 2007. De dag voor Koninginnedag. In de parkeergarage van luchthaven Schiphol wachtte ik op 2 bevriende stellen en hun vuile was. Het kwam goed uit dat het vliegtuig een flinke vertraging had.

Als een Pavlov-hondje luisterde ik die zondag vanuit mijn geparkeerde auto naar Langs de Lijn. Bij het horen van de stem van verslaggever Bas Tiggeler gingen mijn ogen dicht. Tiggeler deed vanaf Woudestein verslag van Excelsior-AZ.  Onder leiding van Louis van Gaal kon AZ die middag kampioen van Nederland worden. Een week eerder had het PSV van Ronald Koeman in Utrecht 2 dure punten laten liggen, AZ reed sindsdien op kop met PSV en Ajax in zijn wiel.

Spits Danny Koevermans na het missen van de landstitelHet liep allemaal anders.  Dat AZ-keeper Boy Waterman in de 10e minuut een rode kaart zou krijgen, stond niet in mijn draaiboek. En dat AZ op 2-2 vergat te scoren en zelfs nog een tegengoal incasseerde, daar had ik helemaal niet op gerekend. Tiggelers woorden ‘AZ doet niet meer mee’, waren het teken om de radio uit te zetten en mijn auto te verlaten. Het vliegtuig was inmiddels geland en het was tijd om mijn vrienden op te pikken.

Op de loopband merkte ik dat mensen naar me keken. In de aankomsthal hetzelfde liedje. Alsof ik een versgescheiden BN’er was, draaiden vaders en moeders hun hoofden. Er werd gewezen, gefluisterd en gelachen. Opeens wist ik waarom. Mijn hagelnieuwe AZ-retroshirt. Het shirt maakte me supporter van een team dat de eindsprint op een lekke band verloor. Het shirt fungeerde als leedvermaakmagneet.

Op de terugweg naar Alkmaar geen verhalen over pittoreske stranden en enige restaurantjes. De pijnlijke seizoensontknoping vroeg om gepaste stilte en Langs de Lijn. In de auto maakten we kennis met de empathische kant van Louis van Gaal: ‘Ik ben 55 jaar, en heb al wat titels gehaald. Voor Scheringa en de spelers is het veel erger dan voor mij.’ Het huwelijk Van Gaal-Scheringa kon tegen een stootje.

De fotofinish van seizoen 2006-2007

Posted in Verhaal | Tagged , , , , , , , , , , , | Leave a comment

Pijnmedicijn

Vraag een AZ-supporter wat hij op 5 mei 2005 na AZ-Sporting deed en hij kan je het precies vertellen. De gevoeligste nederlaag uit de geschiedenis van AZ, nóg treuriger dan het missen van de landstitel op Woudestein, heeft een litteken achtergelaten. Bijna 7 jaar later is het litteken voor de buitenwereld onzichtbaar maar voor de AZ-fan nog steeds gevoelig.

Mijn entreekaartje voor AZ - Sporting Lissabon in De HoutHet begon zo mooi. Op de 50e bevrijdingsdag kon AZ de UEFA Cup-finale bereiken, de tweede in de geschiedenis van de club. In de heenwedstrijd zag coach Adriaanse AZ met 2-1 het veld verlaten. Dankzij de goal van Danny Landzaat stond de deur naar de finale nog steeds open. Een eindstand van 1-0 of 3-1 zou genoeg zijn.

In de Alkmaarder Hout, op rij 4 van de Westzijdetribune om precies te zijn, zie ik op 5 mei beide standen een keer voorbij komen. Bij de 3-1 door Jaliens is het feest in De Hout. Een paar meter voor me op het asfalt tussen tribune en veld zie ik mannen kleine jongens worden. Ik wil erbij zijn, verlaat mijn kuipstoeltje en sprint de trap af naar beneden. Een halve meter voor het kruishoge hek struikel ik. Mijn rechterknie, mijn goede rechterknie, vangt de klap op. Terwijl ik op mijn linkerbeen meehinkel met de deinende mannenmassa, bijt ik met mijn kaken de pijn weg.

Henk Timmer en Barry Obdam verwerken de uitschakeling Elf minuten later beleef ik twee soorten pijn: de geestelijke pijn van de uitschakeling van AZ en de voortdurende pijn aan mijn gebotste knie. Even daarvoor, in de allerlaatste minuut van de wedstrijd, heeft rechtsback Miguel Garcia Sporting Lissabon naar een finale-in-eigen-stadion gekopt. Terwijl de Portugezen hun feestje vieren, zie ik her-en-der AZ-spelers op het natte gras liggen. Het tafereel heeft veel weg van een bomaanslag. Henk Timmer is in shock en tuurt emotieloos voor zich uit.

Bijna 7 jaar later is mijn goede knie weer goed en wacht AZ opnieuw een zware Europese wedstrijd op het Iberische schiereiland. Zou het niet heilzaam zijn als de enige 050505-ooggetuige binnen de technische staf deze week het drama nog één keer duidt. Niet zo zeer voor de huidige selectie maar voor de fans. Met ‘het scheelde maar een haartje’ kan Martin Haar de zwarte bevrijdingsdag terugbrengen tot de juiste proporties. Humor heelt wonden beter dan tijd, is mijn filosofie.

Posted in Verhaal | Tagged , , , , , , , , , , | 2 Comments

Maheerlijk

‘Heb je nog een beetje kunnen genieten van je doelpunt?’, vraagt Hans Kraay jr. aan Adam Maher. De jonge spelverdeler ontwijkt het uitgestoken been van de getapte oud-voetballer en dribbelt verder naar een teamanalyse. Dit is niet het moment om lang stil te staan bij een mooi doelpunt. AZ is een half uur daarvoor op eigen veld uit de bekerstrijd gewipt.

Maher na afloop van AZ - Heracles ‘We zijn als team door het ijs gezakt’, zegt Maher tegen Kraay. Een weinig toepasselijke metafoor op de warmste maartdag sinds de opening van het KNMI, maar wel een typerende. Adam strooit op twitter met poëtische zinnen alsof hij de zoon is van de Braziliaanse schrijver Paolo Coelho. Zijn antwoord in Kraays microfoon was voor mij het bewijs dat hij zijn twitterberichten zelf schrijft. Ik heb daar wel even aan getwijfeld, beken ik eerlijk.

Welke voetballer twittert: ‘woorden die niet uit je hart komen, kunnen mijn hart niet raken’ of ‘presteren kent geen compromissen, het is goed of slecht’? Bovendien schrijft de zoon van Marokkaanse ouders doorgaans in foutloos Nederlands, iets wat niet veel 18-jarige jongens hem nadoen.

Wat zou het mooi zijn als Adam Maher nog een paar jaar bij AZ blijft voetballen. Met ‘wat je uitstraalt, krijg je terug’ (tweet 2162) in het achterhoofd roep ik Alkmaarse supporters op om Adam Maher de komende weken veel respect en liefde te geven. Ook als AZ straks zonder grote prijs het seizoen afsluit.

Posted in Verhaal | Tagged , , , , , , , , , , , , , , | 1 Comment

IJsvrij

Op Gertjans gezicht
Is het ijs elfstedentochthard
Tot hij een prijs pakt

Dan verdwijnt het ijs
Zie de spleten en scheuren
Ja, het is lente

Posted in Gedicht | Tagged , , , | Leave a comment

Bijrol

Onderweg naar huis op het windrijke fietspad tussen Egmond en Alkmaar kwam ik Piet vaak tegen. Hij fietste elke dag naar het centrum van Egmond aan de Hoef, vermoedelijk voor een bezoek aan de sigarenwinkel van Jan Twisk. Piet woonde langs de, door mij regelmatig vervloekte, Hoeverweg, in een biologisch-dynamische zorgboerderij. Hij duwde de pedalen van zijn herenfiets wijdbeens in slowmotion naar beneden, waardoor hij net genoeg snelheid had om zijn fiets overeind te houden. Heen en terug was hij zeker twee uur onderweg. Bij harde wind drie uur.

 Piet was een dorpsgek zoals je ze tegenwoordig niet meer tegenkomt. Hij was ongevaarlijk en nam genoegen met een bijrol. Van een halve kilometer afstand kon je zien dat Moeder natuur bij Piet een paar zaken was vergeten. Op het puntje van zijn neus rustte een bril als een klimrek. Zijn ogen keken verbaasd achter het dikke brillenglas. Aan zijn neus hing altijd een druppel. In zijn rechtermondhoek plakte een sigaarstomp, 2 vingerkootjes lang, nooit heb ik er rook uit zien komen.

Onderweg maakte hij altijd een stop om zijn volle blaas te legen in het slootje naast het fietspad. Bij het protocol hoorde ook dat wij zijn geparkeerde fiets omgooiden. Met zijn gulp nog open en de kleine Piet er nog uitbungelend, sjokte hij dan een paar passen achter ons aan.

Dorpsgekken zijn er tegenwoordig niet meer. Daarvoor in de plaats hebben we de landsgek gekregen. Als je aan zijn spulletjes komt, begint hij ook te vloeken en te tieren. Niet bij een slootje langs een polderweg maar op de digitale snelweg. Ik wil de dorpsgek terug.

Posted in Verhaal | Tagged , , , , | Leave a comment

Handkus II

‘Slechts één keer heb ik het tot krantenknipsel geschopt. Ik heb het knipsel zó goed bewaard dat ik het niet meer terug kan vinden’, schreef ik een paar weken geleden. Het knipsel is inmiddels boven water. En…ik moet iets bekennen, mijn visuele geheugen rammelt als een Portugese tram.

Het krantenknipsel

Zaalvoetbaltoernooi Dorpshuis Egmond aan de Hoef

Posted in Verhaal | Tagged , , , , , , , | Leave a comment

Driepettengrens

Heel hard ‘lul’ tegen iemand roepen, is op een voetbalveld de gewoonste zaak van de wereld. In het profvoetbal is de 4e man vaak de ontvanger van het L-woord, in het amateurvoetbal de scheidrechter of de man met de vlag. Ik kan het weten want ik heb zelf een jaar of drie voor ‘grens’ gespeeld.

Ik deed het op zondagochtenden als ‘mijn team’ moest voetballen. Het team dat ik rond mijn 30e met een paar vrienden had opgericht en waarvoor ik tijdens wedstrijden ballen had veroverd om in te leveren bij de spelers met meer talent. Een gescheurde kruisband maakte een abrupt einde aan mijn loopbaan als linksback van het 5e. Na het vertrek van vader Hans, onze vaste vlagger, besloot ik de vacature zelf in te vullen.

In de diepe krochten van het amateurvoetbal draagt de grensrechter standaard twee petten: een teampet en een arbiterpet. Het gebeurt aan beide zijlijnen dus het probleem heft zichzelf op. Het gaat pas mis als je te opvallend voor je eigen team vlagt: te vaak een inworp aan je eigen team geeft of te dikwijls een kansrijke aanval van de tegenstander afvlagt als buitenspel.

In één van mijn eerste optredens als grensrechter haalde ik een derde pet tevoorschijn: de spelerspet. Op een mistige zondagochtend speelden we tegen het tweede van Vrone. Jonge honden die hun vizier nog op het eerste elftal hadden gericht. Toch stonden we ver in de 2e helft met 0-1 voor. Deze overwinning mocht ons niet ontglippen. Een dieptepass van achteruit op hun vrije rechtsbuiten deed bij mij een alarmbel rinkelen. Ik had al twee keer onterecht voor buitenspel gevlagd, aan die noodrem kon ik niet meer trekken. In een milliseconde zag ik een andere: ik stapte een halve meter het veld in en trok de oprukkende speler aan zijn shirt. Hij viel.

Guidetti na zijn shirt-uittrek-rode-kaartDe minuten die volgden, verliepen hectisch: ik werd uitgescholden, voor alles en nog wat. De scheidsrechter vroeg mij indringend om een verklaring. Op mijn gezicht een potpourri van schuld en berouw. Het hoofd naar beneden gericht. ‘Sorry scheids, ik verloor mezelf. Ik ben nog maar net afgekeurd voor voetbal’, zoiets kwam eruit. De scheids bleek over een groot empathisch vermogen te beschikken, ik kwam ermee weg. Vrone kreeg een scheidsrechtersbal en wij de overwinning. Ik leerde een belangrijke les op dat veld in Sint-Pancras: toon bij een misstap berouw. John Guidetti deed het een paar weken geleden voortreffelijk. Ik hoop dat Gertjan Verbeek vandaag hetzelfde doet. Het hoofd buigen en blazen.

Posted in Verhaal | Tagged , , , , , | 1 Comment

Hemelbier

Johan was mijn beste vriend. Al kan ik me weinig herinneren van ons afscheid toen ik op mijn 10e naar Egmond verhuisde. Het zal best moeilijk zijn geweest. Onze vriendschap begon al op de kleuterschool. We bouwden hutten, klommen in bomen en maakten met een blikje en een lang stuk touw een verbinding tussen onze slaapkamerramen.

Johan had net als ik een jonger zusje maar daar hield de gelijkenis wel op: Johans ouders lazen Tros-kompas, die van mij de VPRO-gids. Zijn ouders aten hun aardappels gekookt, die van mij gebakken. Johans vader reed op een vrachtauto, mijn vader in een roze Renault 4.

Een half jaar na onze verhuizing was ik Johan vergeten maar hij mij nog niet. Ik ontving een uitnodiging voor zijn verjaardagspartijtje. ‘We gaan naar AZ’, stond er op het kaartje. Het zou mijn eerste bezoek aan stadion De Hout worden.

Toen Johan op de dag van zijn partijtje de voordeur opende, schrok ik van zijn nieuwe postuur. Alles was groter aan Johan, terwijl hij niet langer was geworden. In plaats van een half jaar ouder leek hij nu 5 jaar ouder dan ik. Dat gevoel ging het hele partijtje niet meer weg.

Van wat er op het veld gebeurde weet ik niets meer. Voetbal kon me nog niet zo boeien. Ik lette vooral goed op Johan. Hoe hij liep, hoe hij met zijn armen zwaaide en hoe hij zong. ‘AZ-supporters komen in de hemel, als er in de hel geen bier meer is’, hoorde ik hem meezingen. Jaren later ontmoette ik Johan nog een keer in De Hout. Hij vertelde dat hij, net als zijn vader, op een vrachtwagen reed. En dat hij veel van huis was. Ik vertelde hem dat ik thuis woonde en nog studeerde. Het was de laatste keer dat ik Johan sprak.

Een kwart eeuw later sta ik in een Brussels stadion naar een voetbalwedstrijd te kijken. Als ik mijn hoofd naar rechts draai, zie ik een meter of tien verderop de zus van Johan staan. ‘Hoi Annemiek’, had ik gezegd toen ik haar ruim voor de aftrap op weg naar een vrije plaats passeerde. Ze had geen flauw benul wie ik was. Ze was hooguit 7 jaar oud toen ik verhuisde en had me sindsdien niet meer gezien. Ergens halverwege die periode had Johans hart het begeven. We waren in die tijd al lang geen vrienden meer. Ik hoorde het nieuws van zijn overlijden pas jaren later, via-via.

Een uur na de vluchtige ontmoeting met de zus van mijn overleden jeugdvriend is de stemming onder de meegereisde Alkmaarse supporters uitgelaten. Maarten Martens, heeft net 0-1 gescoord. La-la-la’s en olé-olé-olé’s rollen over de tribune. Soms een refrein. ‘AZ-supporters komen in de hemel, als er in de hel geen bier meer is’, hoor ik een ogenblik later. Bij het horen van het regeltje sluit ik mijn ogen. Proost Johan.

Posted in Verhaal | Tagged , , , , , , , , , | 4 Comments

Kristen Nygaard

Kristen Nygaard was niet alleen een fantastische speler maar ook nog eens een aardig mens. Dat zeggen oud-AZ’ers over de regisseur van het kampioensteam uit 1981. Natuurlijk staat Nygaard in het rijtje van beste spelers die het AZ-shirt hebben gedragen. Maar was hij écht zo aardig?

Na de training spelers om een voetbalshirt vragen. Ik was er geen held in. Na afwijzende antwoorden van Kees Kist en Hugo Hovenkamp verzamelde ik alleen nog voetbalansichtkaarten. Mijn vriend Erik schrok niet van een afwijzing, een eigenschap die hem later van pas kwam als verkoper van personenauto’s.

Op een middag had Erik beet. ‘Kom morgen om vier uur naar mijn huis’, hoorde ik de vers gedouchte Nygaard tegen hem zeggen. Dat de Deen zijn adres niet had genoemd, was voor ons geen probleem: het Wastora-krantje had een paar weken daarvoor keurig vermeld dat Nygaard op de Jan van Goyenstraat 96 woonde, op een doeltrapafstand van Peter Arntz.

Een dag later fietsten we na schooltijd naar het huis van de geniale linkspoot. Hij woonde zoals hij voetbalde, met veel overzicht: Nygaards thuis bevond zich op de 8e verdieping van een flat. Na een paar keer bellen, schalde een stem door de intercom. ‘Hallo?’, zei de stem. Met zijn mond tegen de gaatjes gedrukt, herinnerde Erik Nygaard aan zijn belofte. De Deen had maar 6 woorden nodig om ons humeur te bederven: ‘Ik geef mijn shirtjes nooit weg.’

Ruim 30 jaar later drink ik een kop koffie met een oud-teamgenoot van de Deen: Sem Wokke. Sem hoorde tussen ’73 en ’76 bij de AZ-selectie en maakte Nygaard van dichtbij mee. Hij noemt hem de ‘aardigste speler’ en vertelt me dat hij zijn zoon later naar de Deen heeft vernoemd. Het laatste is voor mij het definitieve bewijs dat Nygaard tóch een aardige vent was. Case closed.

Posted in Verhaal | Tagged , , , , , , , , , , , | 1 Comment

Tribuneklappen

Deze week speelt AZ in het Constant Vanden Stockstadion tegen Anderlecht. Het wordt de 5e keer dat ik in het buitenland naar een wedstrijd ga kijken. Van de voetbalhoogtepunten van die wedstrijden weet ik weinig meer. Het zijn vooral de stadions die ik me herinner. Het is een klein rijtje met grote namen: Emirates (Londen), Nou Camp (Barcelona), Maracana (Rio) en White Hart Lane (Londen).

Het White Hart Lane stadion was het eerste stadion dat ik van binnen zag. Ik keek er op mijn 12e samen met mijn vader naar Tottenham Hotspur tegen Norwich City. Op het programmaboekje, dat ik heb bewaard, staat 18 april 1981. Rafael van der Vaart was nog niet geboren en AZ denderde af op de eerste landstitel sinds de oprichting in 1967.

Van de Alkmaarder Hout kende ik de geur van rookworst en mannenpies. Op White Hart Lane maakte ik kennis met een nieuwe geursensatie: die van de gebakken ui. Er hoorde een hamburger en een kadetje bij en ze werden verkocht vanaf verrijdbare karretjes die her en der geparkeerd stonden. Een van de uiringen viel op mijn net aangeschafte Tottenhamshawl. Niet op de witte of de gele baan maar op de donkerblauwe. De vetvlek zag je alleen van heel dichtbij.

Mijn vader en ik namen plaats op de lange overdekte zittribune van White Hart Lane. Tussen andere vaders en zoons maar ook tussen moeders en dochters. Voetbal was een familiesport zag ik van dichtbij. We zaten op lange houten banken rustend op gemetselde muurtjes. Ver in de 1e helft deden de bankjes me denken aan de kerk waar ik één of twee keer per jaar kwam. De oude kerk van mijn vader, de kerk die ik met mijn neefjes en nichtjes bezocht als hij met mijn moeder lag uit te slapen in de logeerkamer van mijn oom en tante.

Glenn Hoddle op programmaboekje (andere wedstrijd)De Engelse families met de witte shawls klapten vaak en hard. Er werd geklapt voor de slungelige Steve Archibald die een kopduel won, voor de kleine Ossie Ardiles die een verdediger voorbij dribbelde en voor de bebaarde Ricky Villa die met een sliding de bal veroverde. Ik klapte het hardst voor Glenn Hoddle, de linksbenige regisseur van Tottenham.

In welke stand de wedstrijd eindigde, herinner ik me niet meer. Wat ik nog wel weet is dat ik verliefd was geworden op het witte shirt van Tottenham. Het shirt moest en zou er komen. En het kwam. Een paar maanden later in Nederland. Als ik me niet vergis kocht ik het bij sportshop Johan Janssen in Heiloo. Het witte textiel schitterde als vers gevallen sneeuw en rook naar het interieur van een nieuwe auto.

Ere-tribune kaartje voor Feijenoord - Tottenham Hotspur Ruim 2 jaar later zitten mijn vader en ik op de hoogste zittribune van stadion De Kuip. Tottenham speelt een Europacupduel tegen Feijenoord. Ik voel de naden van mijn te kleine witte Tottenhamshirt onder mijn winterjas. In het vak beneden ons zie ik volwassen mannen met elkaar vechten. De applaudisserende moeders, zonen en dochters van White Heart Lane zijn ver weg. Voetbal is oorlog, Rinus Michels had gelijk.

Posted in Verhaal | Tagged , , , , , , , , , , , , , , | Leave a comment